Theoretisch kader
Cognitieve problemen
Standaardverpleegplan cognitieve problemen
Probleem
Patiënt heeft cognitieve problemen
Etiologie
- Ziekte van Alzheimer
- Vasculaire dementie
- Frontaalkwabdementie
- Hersentumor / -metastase en andere oncologie gerelateerde oorzaken
- Depressie
- Bijwerkingen medicatie, bv. opiaten
- Psychosociale aspecten
- Anders, namelijk………………………………..
Symptomen
- Stoornissen in het geheugen (korte of lange termijn)
- Gestoorde oriëntatie (in plaats, tijd of persoon)
- Verminderd abstractievermogen
- Afasie, agnosie of apraxie
- Oordeel- en kritiekstoornissen
- Stemmingsstoornissen
- Hallucinaties (vaak visuele)
- Stoornissen in vorm en beloop van het denken (incoherentie of traagheid)
- Waandenkbeelden
- Gedragsstoornissen (agressie; motorische onrust, gillen)
- Incontinentie voor urine of faeces
Interventies
Algemeen
- Patiënten met geheugenproblemen lopen een verhoogde kans op het ontwikkelen van een delier. Scoor patiënten met behulp van de DOS op de aanwezigheid van symptomen.
- Kijk of het een patiënt lukt om zichzelf te verzorgen.
- Help zonodig met het innemen van medicatie.
- Als patiënten met ontslag mogen, bespreek dan met de patiënt en zijn familie in hoeverre thuis aanvullende zorg nodig is (zie ook thema continuïteit voor zorgmogelijkheden).
- Schakel zo nodig ondersteuning in van geriatrisch verpleegkundige, psychiatrisch verpleegkundige, geriater of psychiater.
Oriëntatie in plaats, tijd en persoon
- Zorg voor een kamer met ramen of een bed aan raamzijde (i.v.m. dag-/nachtritme en bewegende omgeving).
- Zorg voor een kalender met duidelijk waarneembare cijfers en letters.
- Zorg voor een klok/wekker, liefst met verlichting.
- Zorg voor een aantal vertrouwde oriëntatiepunten, zoals bekende, vertrouwde voorwerpen, b.v. foto’s, kleding, dekens, enz. Vraag familie deze mee te brengen.
- Zorg dat het nachtlampje ‘s nachts brandt.
- Zorg ervoor dat bril op is en patiënt zijn gehoorapparaat in heeft.
- Beperk het aantal personeelsleden waarmee de patiënt in aanraking komt, d.w.z. een vaste verpleegkundige per dienst, zoveel mogelijk dezelfde verpleegkundige inplannen, vaste arts.
- Heb in het contact voortdurend aandacht voor het ondersteunen van de oriëntatie d.m.v.: oogcontact, ga op ooghoogte zitten, kijk de patiënt aan, raak de patiënt aan bij het contact maken en spreek hem aan.
- Noem altijd je naam, zeg wat je komt doen en zeg welke dag en tijdstip het is.
Stoornissen in het geheugen
- Gebruik korte duidelijk zinnen en eenvoudige vragen.
- Controleer of je begrepen wordt.
- Voer belangrijke gesprekken in het bijzijn van familie.
- Wanneer je voorlichting geeft, doe dit dan kort en geef geschreven materiaal mee, zodat de patiënt het na kan lezen.
Oordeels- en kritiekstoornissen
- Ga na of de patiënt begrijpt welke consequenties een behandeling heeft.
- Twijfel je over de beslisvaardigheid, schakel dan een geriater of psychiater in om de wilsbekwaamheid vast te stellen van de patiënt.