Theoretisch kader

Delier

(Risico op) acuut optredende verwardheid / delirant toestandsbeeld

Diagnose(P): Een tijdelijke psychische stoornis veroorzaakt door een lichamelijke aandoening met kenmerken zoals wisselend bewustzijn, desoriëntatie, hallucinaties, waanideeën, motorische onrust en angst.

Etiologie (E): Factoren die verband houden met de oorzaak van het probleem of die dat probleem in stand houden.

Risicofactoren: Mogelijke oorzaken:
  • ouder dan 65 jaar
  • gelijktijdig gebruik van veel geneesmiddelen
  • visus- en gehoorstoornissen
  • cerebrale beschadiging, dementie
  • misbruik van alcohol en/of medicijnen in de anamnese
  • delier in de anamnese en/of psychiatrische voorgeschiedenis
  • infecties
  • intoxicaties met medicamenten
  • onttrekkingsreacties (alcohol, opiaten, sedativa)
  • cerebrale anoxie door cardiovasculaire stoornissen/respiratoire insufficiëntie
  • anemie, m.n. wanneer deze plotseling is ontstaan
  • slechte voedingstoestand en deficiënties
  • metabole stoornissen (DM, uremie, lever- en nierfunctiestoornissen, electrolyten-stoornissen, hyperthyreoïdie enz.)
  • ruimte innemende processen in de schedel
  • schedeltrauma (contusio cerebri)
  • recente operatieve ingrepen
  • belastende (invasieve) diagnostische ingrepen
Beïnvloedende factoren:
  • stress
  • stoornissen in het slaap- / waakritme
  • overstimulatie en/of te geringe prikkeling van de zintuigen
  • blaasretentie of obstipatie
  • pijn
  • gedwongen immobiliteit

Symptomen (S): Kenmerken en verschijnselen

Voortekenen: Kenmerken:

Plotselinge veranderingen waarbij de volgende symptomen voorop staan:

  • slapeloosheid
  • rusteloosheid
  • nachtmerries
  • lichte desoriëntatie
  • verhoogde gevoeligheid voor licht en geluid
  • verminderd begripsniveau
  • afname van structuur in denken en handelen
  • achterdocht
  • ontstaat peracuut met wisselend beloop; meestal nemen de symptomen ‘s avonds en ‘s nachts in ernst toe
  • plotselinge veranderingen in bewustzijn met wisselende aandacht, overgevoeligheid voor prikkels en gestoorde oriëntatie
  • wisselend verminderde inprenting en verstoord korte –en lange termijngeheugen
  • hallucinaties (beelden en geluiden)
  • chaotisch en incoherent denken, achterdocht (wanen)
  • angst
  • onrust of juist apathie
  • verstoring dag- en nachtritme
  • autonome lichaamsfuncties: verhoogde RR, transpiratie, tachycardie, wijde pupillen

Doel: Vroegtijdige herkenning en adequate verpleegkundige behandeling van de delirante, acuut verwarde patiënt.

Interventies: